Het schrikbeeld van een strenge winter is een bevroren waterleiding. Als het u overkomt, is het niet alleen vervelend, maar ook nogal kostbaar. Schade door bevriezing – zowel aan de leidingen als aan de watermeter(s) – komt namelijk geheel voor rekening van de huurder.

Isoleren
Leidingen en kranen in ruimtes waar niet wordt gestookt, kunt u het beste tegen bevriezing beschermen door ze in te pakken met isolerend materiaal. U kunt hiervoor oude doeken of kranten gebruiken, maar bij diverse ‘Doe-het-zelf’ zaken is ook pasklaar schuimplastic verkrijgbaar. Op plaatsen waar u in de winter geen water nodig heeft, bijvoorbeeld bij een buitenkraan, kunt u de leidingen het beste aftappen.

Mocht het toch misgaan, dan biedt een föhn uitkomst. Die is handig te gebruiken om de leiding te ontdooien. Zet de kraan van de bevroren leiding helemaal open en verwarm de leiding vanaf het begin van de kraan. Werk terug langs de leiding tot de kraan begint te druppelen. Door de föhn voortdurend heen en weer te bewegen, kan de leiding niet oververhit raken. Door oververhitting kunnen scheurtjes ontstaan of kan de leiding uit de verbinding schieten. Is slechts een klein stukje leiding bevroren, dan kunt u het ook zonder föhn stellen. Op de bevroren plaats slaat u een doek om de leiding. Wanneer u daar vervolgens heet water over giet, loopt het water snel weer door.

Woningen zonder centrale verwarming
Bij woningen zonder cv is het raadzaam bij strenge vorst de waterleiding af te tappen, de hoofdkraan af te sluiten en alle kranen, inclusief het aftapkraantje open te draaien. Omdat er nog wel eens ‘waterzakken’ in de leidingen blijven hangen, is het verstandig om daarna enkele malen flink op de bovenste kraan van het huis te blazen. Ook in deze woningen is het verstandig de waterleiding bij koude muren en tochtplekken te isoleren.