De woningen van Woongoed GO worden op verschillende manieren verwarmd, namelijk door centrale verwarming (individueel of gezamenlijk), moederhaard of gaskachel.

Centrale verwarming/moederhaarden
Bij woningen met een individuele cv (met een eigen ketel in de woning) of combi-ketel (cv met warm water) betaalt u maandelijks aan het energiebedrijf een voorschotnota. Eén keer per jaar vraagt het energiebedrijf of u uw tellerstanden voor het energieverbruik wilt noteren en opsturen. Op basis van deze gegevens ontvangt u jaarlijks de afrekening energieverbruik.

Bij woningen met een gezamenlijke cv kunnen verbruikmeters, zoals verdampings- of doorstroommeters geplaatst zijn. Eén keer per jaar wordt de stand van de meter(s) opgenomen, waarna u van Woongoed GO de afrekening energiekosten ontvangt. Bij collectief verwarmde woningen zonder verbruiksmeters worden de stookkosten samen met de andere servicekosten verrekend via een omslagsysteem.

Onderhoud cv
De ketel wordt onderhouden door of namens Woongoed GO, zowel bij de individuele cv als de gezamenlijke cv. Bij storingen kunt u Woongoed GO bellen: 0187-471070.

Voor een goed onderhoud van de cv en de radiatoren gelden de volgende richtlijnen:
Om bevriezing van de leidingen bij strenge vorst te voorkomen, bevelen wij u aan alle radiatorenkranen één slag open draaien en de thermostaat niet te laag te zetten (bijvoorbeeld 15ºC). Als u op vakantie gaat, kunt u de thermostaat het beste op ongeveer 5ºC zetten, dus niet helemaal uitzetten.
Om roest te voorkomen, kunt u beter geen nat wasgoed op de radiatoren hangen.

Voor woningen met een individuele cv geldt bovendien dat:
U de stekker van de cv-ketel nooit uit het stopcontact mag halen, tenzij zich zeer bijzondere situaties voordoen. De pomp in de ketel moet af en toe kunnen draaien. Als u ’s zomers de kamerthermostaat zo laag mogelijk zet, is dat voldoende.
Als de cv-ketel in een bergkast binnenshuis staat, mag u in deze kast nooit brandbare spullen zoals verf en terpentine opslaan.

Leidingen in de vloer
Bij een aantal woningen (vaak nieuwbouw) liggen de aan- en afvoerleidingen van de cv-installatie (voor een deel) in de vloeren van de woning. Om beschadiging aan leidingen en lekkages te voorkomen, mag u nooit in de vloeren boren of spijkeren. Als er geen leidingen langs de muur of het plafond lopen, kunt u er vanuit gaan dat deze in de vloer liggen.

Ontluchten (alleen van toepassing op woningen met een individuele cv)
Luchtbellen in leidingen en/of radiatoren kunnen het goed functioneren van de verwarming verstoren. Als u een borrelend geluid hoort of als een radiator slechts gedeeltelijk warm wordt, kan het nodig zijn dat u de installatie ontlucht. U moet hiervoor de volgende handelingen verrichten:

  1. Zet de thermostaat in de woonkamer op de laagste stand.
  2. Trek de stekker van de cv-ketel uit het stopcontact.
  3. Draai alle radiatorkranen helemaal open.
  4. Wacht ongeveer 10 minuten; draai de radiatorkraan van de te ontluchten radiator dicht tijdens het ontluchten.
  5. Draai met het ontluchtingssleuteltje één voor één alle ontluchtingskraantjes van de radiatoren open en weer dicht als er een waterstraaltje uitkomt (neem een doekje mee, er kan vuil water uit de kraantjes komen). In sommige woningen lopen de leidingen langs het plafond. Ook hier kan een ontluchtingskraantje zitten.
  6. Controleer nu de waterdruk op de meter bij de vulkraan. Is deze lager dan 1,5 bar, dan moet u het water bijvullen.
Een gezamenlijke cv kunt u niet zelf ontluchten. Zit er lucht in de leidingen, dan kunt u dit als reparatieverzoek melden bij Woongoed GO, tel.: 0187-471070.

Waterdruk (alleen van toepassing voor woningen met een individuele cv)
De waterdruk moet in koude toestand minimaal 1,5 bar zijn. Als de waterdruk lager is, dient u het water bij te vullen. De meter waarop u dit kunt aflezen, zit vlakbij de vulkraan (in de douche of bij de ketel).

Als u het water moet bijvullen, moet u de volgende handelingen verrichten:
  1. Trek de stekker van de cv-ketel uit het stopcontact. Zet de thermostaat in de woonkamer op de laagste stand en laat de installatie helemaal afkoelen.
  2. Draai alle radiatorkranen helemaal open.
  3. Sluit de vulslang aan op een kraan in de buurt van de cv-installatie.
  4. Sluit de vulslang daarna losjes aan op het vulpunt van de cv.
  5. Laat de vulslang vol met water lopen totdat alle lucht eruit is (anders brengt u weer lucht in de installatie). Draai de vulslang nu strak aan op het vulpunt.
  6. Draai de waterkraan ruim open en draai daarna de kraan op het vulpunt van de cv open.
  7. U ziet het wijzertje van de manometer oplopen. Als het wijzertje op 1,5 bar staat, sluit u eerst de kraan op het vulpunt. Daarna doet u de waterkraan dicht.
  8. Ontlucht nu de gehele installatie (zie ‘ontluchten’).
  9. Controleer de druk op de meter bij het vulpunt. Is deze weer lager dan 1,5 bar, dan nogmaals water bijvullen tot de druk minimaal 1,5 bar is (maximaal 2 bar bij een warme installatie).
  10. Controleer of de kraan op het vulpunt en de waterkraan dicht zijn.
  11. Haal de vulslang van het vulpunt van de waterkraan.
  12. Steek de stekker van de cv-ketel in het stopcontact en zet de kamerthermostaat op de door u gewenste temperatuur.
  13. Controleer of de ketel gaat branden en alle radiatoren warm worden.

Vergeet tot slot niet de radiatorkranen weer dicht te draaien. Als de waterdruk (weer) snel daalt, kan er ergens een lek zitten of is er een defect aan het expansievat. Controleer dit en meldt het vervolgens als reparatieverzoek.

Storingen
Indien zich individuele cv storingen voordoen, kunt u eerst zelf de volgende zaken controleren:
  • Is de gaskraan open?
  • Brandt de waakvlam?
  • Zit de stekker in de het stopcontact?
  • Is er een stop doorgeslagen?
  • Staan de radiatoren open?
  • Zit er lucht in de leidingen?
  • Is de waterdruk goed?

Bij sommige ketels kunt u op het indicatielampje zien welke storing het betreft. Met behulp van de bijgeleverde storingswijzer kunt u dan wellicht storing verhelpen.
Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, dan kunt u dit melden als reparatieverzoek.

Gaskachels
Voor woningen die verwarmd worden door gaskachels geldt het volgende:
De leidingen tot aan de gaskranen worden onderhouden door het energiebedrijf. De overige leidingen en gaskachels dient u zelf aan te (laten) leggen en te onderhouden. Meestal zijn de leidingen al in de woning aanwezig, omdat ze zijn aangelegd door vorige bewoners. U bent dan verantwoordelijk voor de gasdichtheid van de leidingen. Woongoed GO laat dit éénmalig, voordat u de woning betreedt, controleren.